In ‘Uit het leven van…’ vertelt elke maand een bekende schrijver of illustrator over een gebeurtenis die hij of zij heeft meegemaakt. In de maand april 2010 is dat Siebe Huizinga. Dat denk ik tenminste, want eind deze maand moet ik een stukje af hebben, dat dan op leesfeest.nl wordt geplaatst, de website voor kinderboeken. Dat ik ‘Relikwie van het kwaad’ niet echt een kinderboek vind (oudere jeugd en jong volwassenen en alles ouder dan dat lijkt me een betere beschrijving), staat mijn enthousiasme niet in de weg. Dus begin ik met vertellen, en al bij de eerste regel gaat het mis. Want mijn column is als volgt.
Red me!
Een luid gebonk. Van schrik sla ik met mijn arm. Naast me klinkt een gesmoorde kreet. Op de tast zoek ik het licht. De slaapkamerdeur vliegt open. Lichtbundels priemen door de ruimte. Ze raken mijn vrouw, die met een bloedneus rechtop in haar bed zit. Ze zwaaien naar links en naar rechts, schieten omlaag en blijven als wijzende vingers op me rusten, zodat ik het licht niet eens meer zie, zo verblind ben ik. Terwijl ik als een konijn in de koplampen staar, begint mijn vrouw te gillen. Vervolgens klinkt gebrul. Sterke handen grijpen mijn schouders en armen, duwen mijn hoofd achterover, boeien mijn polsen, trekken een zak over mijn hoofd en voeren me af.
‘Dacht je echt dat je er mee weg kwam?’
Het licht is schel, mijn hoofdpijn scheel.
‘Al die tijd hielden we je in de gaten. Vroeg of laat geven types zoals jij zich bloot.’
Ik bijt op mijn nagelriemen.
‘Je bent walgelijk, net zoals de rest. Jullie… “schrijvers”. Minachtend kijkt de man me aan. ‘IJdel, lui en ook nog stom. Hier, zomaar wat dagen uit je leven…’
Alsof het gebruikt wc-papier is, pakt hij een A-4tje van de tafel, waaraan ik met een handboei ben vastgeklonken. ‘Indianen, smokkelaars, messen, pistolen, Mexicanen, Colombianen, duikers, parachutespringers, chihuahua’s, ingewandensoep….’
‘Geen chihuahua’s,’ mompel ik.
‘Terwijl de rest van de wereld aan het werk was, hing jij gewoon wat rond. Lekker lanterfanteren en maar lachen om hardwerkende mensen met een gezinnetje. En zodra je genoeg had van dat nutteloze bestaan, zelf een gezinnetje begon, dacht je er met een paar boeken vanaf te komen? Niet dus!’
‘Maar hoe…’ begin ik aarzelend. Eigenlijk weet ik het antwoord al.
‘Mooie sier maken met je parasietenbestaan en vervolgens avonturenboeken schrijven. Zodra zo’n boek verschijnt – ‘Relikwie van het kwaad’, of hoe je het ook noemt – weten we dat we er weer eentje te pakken hebben. Zo’n “schrijver” die een leven lang niks nuttigs heeft gedaan.’ De walging loopt als speeksel uit zijn mond. ‘Maar die zogenaamde verzonnen avonturen, die heb je zelf meegemaakt. Oh ja, kijk maar niet zo verbaasd. Om honderd bladzijden te schrijven, moet je tenminste zoveel nutteloze dagen hebben beleefd. Avonturen noem je dat? Potverteren is het! Al die jaren niet betaalde belasting omdat je geen cent verdiende. Al die nutteloze uren. Maar nu is het tijd om te betalen! Wat je uiteindelijk verraadde? Ja, je boek natuurlijk. En je column bij Leesfeest! Want je bent nog niet eens in staat om te schrijven over een gebeurtenis die je hebt meegemaakt. Omdat schrijven over zomaar een gebeurtenis te saai voor je is! Dus verzin je het. En al die verzinsels die nekken je.’
Mijn vrouw heb ik nooit meer gezien, mijn kinderen zijn in beslag genomen. Al het geld dat ik heb verdiend, is nu van mijn advocaat. Help me. Koop ‘Relikwie van het kwaad’. Alleen jíj kan me redden.
Hoe het afloopt? Zo dus. Want als column stuur ik het niet op. Het blijkt immers een verhaal. Bloggen kan natuurlijk wel.