1) Hoe kwam u aan de ideeën voor Relikwie van het kwaad?
De dwerg Tobias geeft antwoord op die vraag. Hij ziet een queeste voor zich, een zoektocht naar een heilig voorwerp. Dat zag ik ook. Ik wilde een groots verhaal vertellen tegen een duistere achtergrond. Die achtergrond was de eerste pestepidemie.
De schrijver
-
Vraag en antwoord
Het verhaal liet ik beginnen in de moerassen bij Coevorden. Omdat daar, op geheimzinnige en afgelegen plekken, het bijgeloof het grootst kan zijn. En vanaf daar begon de zoektocht, ook voor mezelf. Ik was, denk ik, zowel Raaf als Tobias.
2) Weet u van te voren hoe het verhaal zich ontwikkelt?
Nee, daarvan heb ik geen idee. Ik denk wel na over de grote lijnen en de hoofdpersonen. Vervolgens schrijft het verhaal zich grotendeels zelf. Wel moet ik zorgvuldig de ontwikkelingen sturen. Allerlei personen en gebeurtenissen komen naar voren en volgen elkaar op. Soms zijn het de meest dwaze. Ik probeer zo goed mogelijk te beschrijven wat ik dan voor me zie en controleer of er logica in ligt. Meestal schiet ik door in overdrijving. Natuurlijk komt het ook voor dat het verhaal stil valt. Dan wacht ik.3) Hoe komt u aan de namen van de personen en de plaatsen?
De plaatsen zoek ik op, en soms ook de personen. Welke dorpen en steden waren er in de tijd waarover ik schrijf? Wie leefden er en hoe leefden ze? Deze feiten zijn zo historisch mogelijk. Daarnaast zijn er plaatsen en personen die als vanzelf lijken te ontstaan. Dat is voor mij een vreemd proces, dat waarschijnlijk voortkomt uit de fantasie. Neem nu Raaf, de hoofdpersoon. Hij kwam op me af en stelde zich aan me voor. Iets soortgelijks gebeurde met Tobias, de dwerg. Ergens in het verhaal bleek dat Raaf een roepnaam was. Zijn echte naam is Rafael. Ik zocht de naam Rafael op, en ontdekte dat dit een naam was uit de Bijbel. Hij die geneest. Rafael en Tobias waren eerder beschreven. Alles klopte. Trouwens, wat ik zojuist zei over Raaf die op me af kwam en zich voorstelde, dat heb ik gestolen van Matthew Skelton. Hij zei zoiets tegen me over Cirrus Flux. Het is een goede manier van benoemen.4) Heeft u een favoriet personage?
Vermoedelijk is dat Tobias, de dwerg. Hij is klein, maar heeft een grote fantasie. Hij wil een ridder zijn, maar speelt af en toe de nar. Hij heeft een grote mond en een klein hartje. Hij is een echte vriend. Ik denk dat hij van alle personages degene is die het meest op me lijkt – en omgekeerd. Hij doet me, nu ik er zo over praat, ook denken aan mijn dochtertje Sara. Als je haar kent, dan snap je wel wat ik bedoel.5) Las u zelf boeken om Relikwie van het kwaad te schrijven?
Ja, daarmee begint het. Ik las bijvoorbeeld Barbara Tuchman, De waanzinnige veertiende eeuw, en Johan Huizinga, Herfsttij der middeleeuwen. Maar ook de middeleeuwse gedichten die Gerrit Komrij verzamelde. En nog heel veel meer. Net zo veel tot er een beeld, een wereld, in mijn hoofd ontstaat. Misschien verklaart dit wel de vreemde wijze waarop de personen uit de schaduwen komen en mijn boek instappen. Ze bestaan tussen de regels die anderen hebben geschreven.6) Bent u familie van de Huizinga waarover u spreekt?
Hij heet Johan Huizinga, mijn vader heet Johannes. Johan Huizinga is historicus, mijn vader ook. Dit soort dingen doet vermoeden dat we familie zijn. De uitgever koos voor een promotie waarin wordt gezegd dat ik stam uit een roemrijk geslacht van historische verhalenvertellers. Daarbij denk ik aan mijn vader, Johannes (Jo) Huizinga, aan mijn oom, Siebe Huizinga, én aan mijn grootvader. Maar ik snap heel goed dat anderen denken aan de Grote Huizinga. Ik heb eens een novelle geschreven. Die heette Mijn vader, de Grote Huizinga. Volg de lijn terug, en je komt altijd bij een gemeenschappelijke voorouder of stamhouder. Van mijn vader mag ik in elk geval niet zeggen dat ik familie ben. Hij is het hoofd van de familie en ik gehoorzaam hem.7) Hoelang doet u over het schrijven van een boek?
Pas wanneer ik een verhaal in mijn hoofd heb, begin ik met lezen en met schrijven. Dat doe ik alleen wanneer ik tijd heb, en veel tijd heb ik niet. Doordeweeks enkele uren misschien, en in het weekend. Ik schrijf nu vrijwel alleen nog op mijn mobiele telefoon, een Nokia E75. Op zich gaat het schrijven vrij vlot, maar het herschrijven duurt lang. Ik schrap en schaaf tot het verhaal een ons weegt. Van begin tot eind? Twee jaar? Ik houd er overigens niet zo van om snel klaar te zijn. Daarvoor vind ik het schrijven en het verhaal te leuk. Zodra het af is, moet ik weer opnieuw beginnen, met een nieuw verhaal. Dan kan ik er net zo goed lang over doen. Ik houd ook van het lezen van dikke boeken. Alles gaat al zo snel. Met lezen en schrijven heb ik mijn eigen tempo.
Wat is er fijn aan schrijver zijn?
Schrijven geeft rust. Ik duik onder in mijn eigen wereld. Alles gebeurt zoals ik zei in mijn tempo en zoals ik het wil. Dat is het fijnst. Tegelijkertijd zijn er wel twijfels. Schrijf ik goed genoeg, is het verhaal wel verrassend en zo? Matthew Skelton (daar is hij weer!) is een van mijn lievelingsschrijvers van jeugdboeken. Hij vertelde me een keer hoe hij worstelt met zijn verhaal. Dat heb ik gelukkig niet of in elk geval in mindere mate dan hij. Maar hij is uiteindelijk denk ik een betere schrijver. Misschien wel dankzij de worsteling. Prettig voor het schrijversego is het als de uitgever lovend is, de lezers zeggen dat ze plezier aan je boek hebben beleefd en het feit dat er boeken worden verkocht. Vervelend is misschien dat je weet dat je het ene kunt en twijfelt aan het andere. Een spannend historisch jeugdboek. Ja, dat kan ik. Dat weet ik. Een eigentijdse jeugdthriller? Dat weet ik niet. Literatuur voor volwassenen? Daarin zijn anderen zoveel beter dan ik. Mijn belangstelling ligt er niet. Ik ben geen kunstenaar, ik hoef geen subsidie. Ik wil een spannend verhaal beleven.9) Hoe en waar schrijft u het liefst?
Ik schrijf tegenwoordig wanneer ik er de tijd en de rust voor heb. Hoe dan ook en waar dan ook. Schrijven kent allerlei stadia: van het maken van aantekeningen, het noteren van losse zinnen en verhaallijnen, tot geconcentreerd schrijven en herschrijven achter de laptop. Dat eerste gaat overal, voor dat tweede heb ik een kalmere omgeving nodig. Nu heb ik even geen kalme omgeving. Ik schrijf zelfs wanneer ik in de trein sta. Op mijn Nokia. Dan vergeet ik alles, zelfs dat ik met uitstappen.10) Zijn er plannen voor een volgend boek?
Ik heb verschillende ideeën, maar weet nog niet zeker welk hiervan ik tot een boek uitwerk. Daarmee bedoel ik: welk hiervan ooit een manuscript wordt dat ik aan de uitgever stuur. Ik moet er werkelijk enthousiast over zijn en bovendien het vertrouwen hebben dat er voldoende lezers voor zijn. Voorlopig ben ik wel begonnen met een verhaal dat speelt in het nu. Zodra ik dat heb gedaan en het uit mijn systeem is, schrijf ik weer een verhaal in het verleden.

